top of page

Terug naar de papieren krant na de Ice Bucket Challenge

De onderstaande column is verschenen in Dagblad De Limburger, Hebban en Thrillers & More.


Ik sprak gisteren met mijn dochter over de vluchtigheid van nieuws en moest weer denken aan de zomer van 2014, toen de Ice Bucket Challenge over de wereld raasde.


Na een nieuwsvrije vakantie in de Pyreneeën verscheen ik eind augustus heerlijk uitgerust op mijn werk. Een collega schoot op me af.

‘Jij hebt nog niet gereageerd op de ice-bucket-challenge van directeur X,’ zei ze.

‘De ice bucket wat?’ vroeg ik.

Mijn collega vertelde dat de Nederlanders emmers met ijswater over hun hoofden leeg gooien en van die handeling een filmpje maken. Ze dagen vervolgens drie andere personen uit die binnen 24 uur hetzelfde moeten doen. Ze delen de video via social media én doneren geld aan de ALS stichting. Zelfs burgemeesters doen ‘het’. Zo stelde mijn collega. En ik was ook uitgedaagd, maar had nog niet gereageerd. Dat kon écht niet. Ik moest nú meteen de challenge aanvaarden, alvorens ‘ze’ zouden denken dat ik ALS niet belangrijk vond. Mijn collega wees naar onze binnenplaats. Ik keek naar buiten. De rode emmer stond al klaar. Ik schudde mijn hoofd en lachte. Ik dacht dat ze een grap maakte. Ik liep naar mijn kamer, startte internet op, tikte ice-bucket in en keek minutenlang vol ongeloof naar talloze filmpjes.


Een eng gevoel bekroop me. Dus in nog geen maand tijd had iemand miljoenen mensen zo ver gekregen dat ze ‘het’ deden. Voor een goed doel weliswaar, maar toch. ‘Wat voor een goed doel kan gebeuren, kan ook voor een slecht doel gebeuren’, zo redeneerde mijn geest. Vanwege mijn recente verblijf in de Pyreneeën bekeek ik de hype nog met de ogen van de buitenstaander en zag vooral mediamanipulatie en groepsdruk…


Dus ik draalde. Niet alleen vanwege dat enge gevoel. Ook vanwege mijn verkoudheid. Een half jaar eerder was een andere verkoudheid geëindigd in een middenoorontsteking met oorsuizen links als blijvend souvenir. Wat nou als die emmer-actie tot stereo-oorsuizen zou leiden? Nee, dat risico ging ík niet nemen.


Ik koos voor een middenweg. Ik doneerde aan ALS, maar goot géén water over mijn kop. Mijn afwijzing viel gelukkig niet op, want de volgende nieuwshype raasde alweer over de planeet: de gruwelijke film van de onthoofding van een Amerikaanse journalist door IS.


Een week later praatte bijna niemand meer over de ice-bucket-challenge, wat bij mij tot een opmerkelijk inzicht leidde:

  1. Online nieuws is fragmentarisch en niet relevant. Immers, als ik nog een week langer in de Pyreneeën was gebleven, had ik zelfs niet geweten van die .

  2. Online nieuws is een meningenparade. Immers, de werd ‘beschouwd’ door talloze zelf benoemde ‘deskundigen’.

  3. Online nieuws creëert met zijn schreeuwende inhoud een negatief wereldbeeld. Immers, alleen wat schokt, trekt aandacht, en wordt dus gepost. De nuance die nodig is om de wereld te (leren) begrijpen, verkoopt niet.

  4. Online nieuwsmedia stoken hypes gericht op met maar één doel: mij al doorklikkend zoveel mogelijk reclame tonen.

Dus, ik besloot online nieuws uit mijn privé leven te bannen. Ik ging terug naar de papieren krant (= overzicht, duiding en achtergrondinfo). Alleen zakelijk lees ik nog enkele relevante online media. De tijd die vrij kwam, besteed ik aan schrijven. Dat brengt me vreugde. Het consumeren van digitale ellende brengt me slechts onrust.


PS: er is één online nieuwsmedium dat ik wél lees en dat is De Correspondent, een digitale krant voor onderzoeksjournalistiek. Oprichter is Rob Wijnberg die in 2013 het boek ‘De Nieuwsfabriek’ schreef. Hij fileert hierin op een confronterende wijze de hedendaagse media. Na het lezen, kijk je écht anders naar “nieuws”! Voor zover je dan überhaupt nog kijkt!

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square
bottom of page